Friday, July 20, 2012

Bounce

Dit boek had ik niet zo snel gelezen zonder aanbeveling (bedankt!). Het is namelijk een boek van een sporter, en die lijken me altijd nogal saai. Dit boek is dat echter niet, mede omdat de schrijver, voormalig tafeltenniskampioen Matthew Syed, ook zijn eigen prestaties meedogenloos onder de loop legt.
Presteren in sport wordt gebruikt als zoektocht naar de factoren van excellent presteren in het algemeen. Talent wordt daarbij al snel overboord gegooid. Ja, natuurlijk, voor basketbal moet je een bepaalde minimumlengte hebben, maar voor de rest geldt maar 1 ding: hoeveel uren oefening heeft de atleet er op zitten? Ook buiten de sport worden voorbeelden aangehaald. In een studie naar muzikanten werd geprobeerd het onderliggende verschil te achterhalen tussen een groep excellente musici, een groep goede musici, en een groep middelmatige musici. Het enige verschil tussen de drie groepen was aantal uren oefening.
Oefening alleen is echter niet genoeg, het moet wel gerichte oefening zijn. De meeste mensen houden op met zichzelf verbeteren als ze een bepaald niveau hebben gevonden waarop ze prima kunnen functioneren. Top sporters niet. Die oefenen op wat ze niet kunnen, niet op wat ze al wel kunnen. Top kunstschaatsers vallen vaker dan middelmatige kunstschaatsers, omdat ze voortdurend bezig zijn hun grenzen te verleggen, en nog hoger, verder of ingewikkelder te springen.
Vervolgens is natuurlijk de vraag hoe sommige mensen ertoe komen om zoveel te oefenen dat ze excellent worden. Het oefenen moet fun zijn, anders werkt het niet. Verder moet de sporter niet bang zijn om fouten te maken. Sterker nog: fouten maken is waar het om draait. Wat hierbij enorm kan helpen is de 'growth mindset' van Carol Dweck. Uit haar experimenten blijkt dat kinderen die geprezen worden om hun intelligentie, slechter presteren, en minder geneigd zijn risico's te nemen, dan kinderen die geprezen worden om hun inzet. Mensen met een 'fixed mindset', die geloven in hun eigen (aangeboren) kunnen, hebben geen zin meer dit te verbeteren of zich Ć¼berhaupt nog te bewijzen en daarbij het risico te lopen te falen. Mensen die geloven dat prestaties te bereiken zijn door oefening, en dat dit niet of weinig te maken heeft met aangeboren oefening, zijn bereid langere uren te maken, en zijn minder bang fouten te maken. Fouten doen namelijk geen pijn aan hun ego.

Voor mij was dit het interessantste deel van het boek. Het gaat nog verder over het placebo effect van religie, doping en dat er weinig reden is om te geloven dat er een genetische reden zit achter de betere prestaties van zwarte atleten. Het boek leunt hier en daar zwaar op inspiratiebronnen als Outliers van Malcolm Gladwell, en wordt tegen het einde van het boek meer sport-specifiek (en dus voor mij minder interessant), maar is toch de moeite van het lezen waard door de nieuwe invalshoek op bekende theorieĆ«n.

2 comments:

Susan Krieger said...

Vooral dat deel over doping is minder interessant, dat van zwarte atleten vond ik weer aardig. Blij dat er iemand minder is die ik moet uitleggen wat ik bedoel met 'growth mindset'.

Hanne van Essen said...

Ja, hoewel ik het een beetje een politiek correcte inkopper vond dat het te generaliserend is om over 'de zwarte sporters' te spreken. Ja, duh! Maar het genetische onderzoek bij zwarte marathonlopers en dat de oorzaak eigenlijk ligt bij het feit dat ze als kind meer dan 20 km naar school rennen, was wel weer cool.